Dertien vliegvelden in de Verenigde Staten lopen bij een verdere stijging van de zeespiegel het risico van overstroming, aldus het nationale rapport over de toekomst van het weer dat iedere vier jaar in opdracht van de Amerikaanse overheid wordt uitgebracht.

Terwijl de media dit weekeinde briesen dat er geen twijfel meer over kan bestaan dat mensen de opwarming van de aarde veroorzaken, dringt zich aan mij het beeld op van vergankelijkheid, van ‘anicca’ in de taal van de Boeddha.

Mijn vader, die bij vrachtwagenfabrikant DAF werkte, maakte vroeger wel eens een grapje. Later, zei hij, zullen archeologen opgravingen doen. “Kijk,” zullen ze dan zeggen, “hier stond ooit een papierfabriek met een eigen vervoersdienst.”

Zal men in de zee ooit zoeken naar de resten van de verzonken stad New York, de eens zo machtige stadstaat in het oosten van het Noord-Amerikaanse continent?

Hoe lang is het alweer geleden sinds het boek An Inconvenient Truth van Al Gore het daglicht zag? Dat was in 2006.

Ik kijk naar buiten terwijl de eerste zeedruppels als sneeuwvlokjes voorzichtig op de oprit van ons huis neerdwarrelen. Als Amersfoort in de toekomst aan zee komt te liggen, zoals Gore voorspelde, dan gaat hier straks het water in een getijdebeweging op en neer.

Sandy. Fukushima. Tsunami’s in Thailand en Indonesië. De lijst is langer, veel langer.

Terwijl het onderzoek voortgaat naar griepvaccins en medische technieken om het leven te verlengen, is de wereld der tienduizend dingen ten prooi aan de krachten van de Tao.

Sheng-yen, de in 2009 overleden zenmeester, vertelt in zijn autobiografie over de rivier de Yangtze in zijn geboorteland China. Kort na zijn geboorte in 1930, het Jaar van het Paard, spoelde de rivier het huis van zijn ouders en het omliggende stukje land weg. Alles verloren.

Zeven jaar later zag hij met eigen ogen wat voor spoor van vernieling natuurgeweld kan aanrichten. Storm en regen sloegen een maand lang over het land. In het gebied waar hij inmiddels woonde, bevond Sheng-yen zich buiten gevaar voor overstroming, maar toen hij met zijn vader dichter bij de rivier naar familie ging zoeken, zag hij in de watermassa tussen de brokstukken rottende lijken drijven.

Een afschuwelijke ervaring, die hem wekenlang uit zijn slaap hield, zegt hij in een terugblik: “De vernietiging die ik aanschouwde was als wat Shakyamuni Boeddha besefte op het moment van zijn verlichting: dat deze wereld fragiel is en voortdurend in gevaar. De cyclus van geboorte en dood is als een oceaan van lijden. […] In het zicht van zoveel lijken drong zich het voorbijgaande karakter van het leven aan me op. […] Op jonge leeftijd wist ik dat wanneer de dood komt, er niets is wat we kunnen doen. We moeten het aanvaarden.”

Vergankelijkheid. Zou er ergens in Bangladesh ook een jongetje bij de aanblik van het wassende water tot dit inzicht geraken?