Aanvliegroutes naar een kwalitatieve sprong

Aan de rand van het strand beluisterde ik gisteren het derde deel van een serie Amerikaanse podcasts over Zen en Shin

Insight Timer app
Insight Timer app

In de schaduw van twee palmbomen zit ik in onze (tijdelijke) Franse tuin in een comfortabele houten ligstoel. Naast mij, iets verderop tegen onze jeu-de-boules-baan aan, is mijn jongste dochter aan het zonnen.

Om ons heen in de struiken schieten hagedissen heen en weer. Tientallen kleine wespen doen in de bloemen geruisloos hun werk, maar ons laten ze met rust. Er doorheen dwarrelen links en rechts witte en oranje-bruine vlinders; vogeltjes kwetteren dat het een lieve lust is.

Namu Amida Butsu. Het soort poëtische gevoel maakt zich van mij meester dat je bij Ryokan aantreft. Het zelf bestudeerd en vergeten en je midden in de natuur dankbaar opgenomen weten in Amida’s anderkracht. Een versje schrijven over een blad van een plant dat zonder zich te verzetten of zich te beklagen meewaait met iedere wind. Verlichting is zo dichtbij dat zij eigenlijk geen woorden nodig heeft, maar toch laat de Dharma de dichter zijn zaadjes zaaien als inspiratie voor latere generaties.

Christenen en hindoes
Zojuist heb ik vijftig minuten gemediteerd, samen met 1.634 anderen die eveneens gebruikmaken van de Insight Timer app (gratis en zonder reclame). Met elkaar vorm je in een altijd wisselende samenstelling een wereldwijde virtuele sangha.

Na afloop van je meditatie kun je elkaar berichtjes sturen, bij wijze van aanmoediging of om ervaringen te delen. Je kunt je aansluiten bij groepen of geleide meditaties volgen. Hoewel boeddhisten in de meerderheid lijken te zijn, is de ‘sangha’ ongebonden. Er zijn bijvoorbeeld ook christenen en hindoes onder de gebruikers.

Eruditie
Gisteren, met een flesje Perrier gezeten aan de rand van het strand, beluisterde ik via een andere app het derde deel (25 juli) van een serie podcasts over Zen en Shin. Ook dat is een mogelijkheid die de interconnectiviteit van onze tijd biedt. Ik download een uitzending op mijn telefoon wanneer ik binnen het bereik van WiFi ben en kan deze op een tijdstip van eigen keuze aanzetten.

Het drieluik over Zen en Shin (een Reine Land-school) is afkomstig van The Dharma Realm uit Berkeley, in Californië. Harry Bridge en Scott Mitchell, twee lokale leraren in de traditie van het shinboeddhisme, maken op gezette tijden een half uur durend programma waarin ze met elkaar in een geest van openheid en eruditie discussiëren over een bepaald thema. 

Exclusivisme
De eerste van de drie uitzendingen (27 juni) viel me iets tegen omdat de nadruk lag op het doctrinaire exclusivisme dat Shin door de eeuwen heen heeft gekenmerkt. De nembutsu en alleen de nembutsu volgens de leer van Shinran en zijn spirituele nazaten, zoals Rennyo (vijftiende eeuw).

Dat exclusivisme is niet alleen iets van Shin, maar van alle scholen die eind twaalfde, begin dertiende eeuw in Japan ontstonden. Zazen en alleen mijn zazen, zei Dogen, een tijdgenoot van Shinran in zijn boek Bendowa, onderdeel van de verzamelcollectie Shobogenzo. Hoe dierbaar Dogen mij om vele redenen ook is, in dat exclusivisme kan ik hem niet volgen.

Hart Sutra
In de tweede uitzending (11 juli) werd de discussie weer vlotgetrokken. De institutionele oriëntatie van afzonderlijke tradities mag volgelingen dan socialiseren middels aangeleerde overtuigingen en rituelen, maar wat als een individu op eigen houtje Shin zou gaan proberen te combineren met Zen? Gaat er dan wezenlijk iets fout?

Het voorbeeld van de Hart Sutra kwam ter sprake. Deze wordt binnen Shin niet gezongen, maar in studieklassen soms wel bestudeerd. Dit kan mensen op de gedachte brengen om deze sutra wel in hun persoonlijke beoefening te betrekken.

Er werd opnieuw gesproken over Amida Boeddha alsof deze eigendom is van Shin, terwijl het Reine Land-boeddhisme in verleden en heden met grote regelmaat vrolijk door de zenpraktijk is heen gemeanderd. Maar de slotsom was: nee, tegen individueel experimenteren met het combineren van elementen van Shin en Zen is in het geheel niets in te brengen; dat is de vrije keuze en verantwoordelijkheid van mensen zelf.

Boeddhanatuur
De derde uitzending, beluisterd op het Franse strand, was verreweg de meest interessante. Deze ging over zelfkracht (‘jiriki’ in het Japans) en anderkracht (‘tariki’). Er werd diep ingegaan op Shinran en Dogen. De terminologie van zelfkracht en anderkracht werd in het Japanse boeddhisme geïntroduceerd door Shinran en zijn leraar Honen en heeft vanaf het begin veel stof doen opwaaien.

The Dharma RealmVolgens sommigen toen en nu wordt de mogelijkheid van zelftranscendentie in dit leven ontkend wanneer Amida Boeddha en zijn Reine Land worden voorgesteld als een buiten ons gesitueerde realiteit. Dit verwijt treft echter in ieder geval niet Shinran, die de werking van boeddhanatuur onderschreef en ook met de door hem benadrukte identiteit van zelfkracht en anderkracht dicht aansloot bij het boeddhistische denken van zijn tijd.

Het zelf vergeten (Dogen) en toevertrouwen aan Amida’s anderkracht (Shinran) zijn, zo zeiden de programmamakers van The Dharma Realm, in feite twee aanvliegroutes naar een vergelijkbare kwalitatieve sprong die zich in iemands spirituele ontwikkeling voltrekt (of kan voltrekken). Van de weeromstuit maakt ook mijn hart een klein sprongetje.

Ditzelfde heb ik, in andere woorden, op deze plaats al enkele malen betoogd. Niet als een intellectuele exercitie, maar omdat ik in de praktijk van mijn beoefening op de stroom ben meegedreven naar precies dit inzicht. Meer wederzijdse uitwisseling van Shin en Zen zou, aldus de twee sprekers, dan ook welkom zijn.

Houvastloos
Het is muziek in mijn oren, al is er meer Reine Land-boeddhisme dan de school van Shin, iets waaruit je als belangstellende beoefenaar vrijelijk kunt putten. Zelf kijk ik ernaar vanuit de optiek van de levende traditie, niet vanuit die van twee instituties die elkaar voetje voor voetje zouden moeten naderen in een soort interreligieuze dialoog. Brr, alsjeblieft niet.

Voor mij is Amida een natuurlijke, altijd in de nabije omgeving aanwezige bondgenoot, wiens pad tijdens en buiten de zenmeditatie het mijne met grote regelmaat kruist. Amida is een broer van Shakyamuni en familie van Kanzeon (een van zijn vaste begeleiders) en de andere bodhisattva’s die ons universum rijk is.

Ik hoef, zoals gezegd, mijn ogen maar op te heffen van het beeldscherm van mijn tablet en om mij heen te kijken naar de bomen en de struiken, de vlinders en de wespen, om mij ten diepste geborgen te weten in een Amida die niets meer of niets minder is dan de leegte van voorwaardelijk ontstaan, een bodemloze, houvastloze dharmarealiteit waarvan alle boeddha’s en bodhisattva’s en andere levende en levenloze wezens slechts een impermanente, zelfloze manifestatie zijn.

3 thoughts on “Aanvliegroutes naar een kwalitatieve sprong”

  1. Even voor mijn begrip: behoren Amida en Kanzeon (en andere bodhisattva’s) nu tot dezelfde ‘soort’ als Shakyamuni, ontologisch gesproken—dat wil zeggen, mensen van vlees en bloed? Of doet dat verschil helemaal niet terzake? Doorkruist Shakyamuni het universum nu nog, ruwweg 2.500 na zijn dood? Is het allemaal metaforisch bedoeld, of alleen gedeeltelijk?

    Er is iets dat ik nooit goed begrepen heb: van Shakyamuni wordt gezegd dat hij altijd al verlicht was. Geldt datzelfde voor mij, mocht ik de verlichting bereiken? Daar merk ik helemaal niets van. Zal men mij niettemin over 2.500 jaar een bodhisattva noemen? Wat koop ik daar nu voor? Of zal men later zeggen dat ik dat ik mijn onwetendheid hieromtrent alleen maar veins(de), en eigenlijk beter wist?

    Jay Garfield presenteert in de New York Times de volgende redenering over (het geloof in) wedergeboorte: “Another approach is that of the Indian philosopher Dharmakirti, who argues for the necessity of believing in rebirth, though not directly for its reality. Dharmakirti argues that given the stupendous difficulty of achieving full awakening, the cultivation of a genuine aspiration to achieve awakening, which is essential to Mahayana Buddhist practice, requires one to believe in future lives; otherwise, one could not have the confidence in the possibility of success necessary to genuine resolution.”

    Je kunt dat vergelijken met Daniel Dennett, die redeneert: wie in de vrije wil gelooft heeft deze ook, wie dat niet gelooft niet.

    Kortom, moet ik in mijn eigen verlichting geloven om deze te bereiken? In dat geval, hoe kan ik dan altijd al verlicht zijn geweest?

    1. “Wie is het die deze vragen stelt?” De uitdaging is zelf (liefst onder begeleiding van een ervaren leraar) de houvastloze dharmarealiteit te leren navigeren en in eigen ervaring van leegte en voorwaardelijk ontstaan antwoorden te vinden. Vertrouwen in het proces van spirituele ontwikkeling is hierbij van belang: “Hoe talrijk de dharma’s ook zijn, ik beloof ze alle te verstaan. Hoe eindeloos de boeddhaweg ook is, is beloof deze tot het einde te gaan.”

  2. Zover ik weet ben ik een niet-verlicht mens van vlees en bloed, maar wellicht zien anderen dat anders? Om mij onduidelijke redenen maak ik onderscheid tussen zin en onzin, schijn en werkelijkheid, feiten en meningen, enzovoorts. Dat laatste is sterker dan ik, vrees ik. Kost dat me mijn verlichting, het zij zo. Noem me gerust een ongelovige.

Reageren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s