Net zoals een bijziend boeddhisme zijn verwantschap met het hindoeïsme kan loochenen, zijn wij in staat om verbeten over het geloof van onze vaderen voorbij te gaan aan wat ons verbindt met het christendom

Sint-Adelbertabij, Egmond-Binnen

“Deo vacare stond in het Latijn boven de poort van het klooster waar ik kwam rond mijn drieëntwintigste levensjaar. In dat ‘vacare’ zit de boeddhistische leegte. Leeg worden en God laten binnenstromen’,” schreef ik op 21 mei van dit jaar in mijn artikel ‘Boeddha-Dharma als Boeddha-Dank-U’. Dat artikel koester ik als een kostbaar kleinood. De boodschap ervan blijft in mij na-resoneren.

Drie maanden later, in ‘Nagarjuna omgekeerd’ (22 augustus jl.), hoor ik mezelf de vraag stellen: “Missen we in het westerse boeddhisme niet node kloosters als vindplaats van verdieping?”

Kaarsenfabriek
Dertig jaar na dato bezoek ik de website van het hierboven bedoelde klooster, de benedictijner abdij ‘Sint Adelbert’ in Egmond-Binnen, aan de Noord-Hollandse kust. Er is het een en ander veranderd.

De kaarsenfabriek aan de achterkant van het complex, waar ik ooit dozen met doorzichtig plastic dichtsealde, is uitgebreid tot een bezoekerscentrum. En de spreekkamers naast de hoofdingang aan de voorzijde, waar de paters na de mis op zondag gelovigen ontvingen voor een gesprek, hebben plaatsgemaakt voor een gemoderniseerd gastenverblijf. In mijn tijd leefden de gasten in het hoofdgebouw, dichter met hun neus op het doen en laten van de paters.

Oude manuscripten
De 3D-rondleiding die de website biedt, toont een gemoderniseerde bibliotheek die ik nog heb meehelpen ordenen. Er stonden ongeopende kisten vol met stoffige boeken die de monniken hadden meegebracht die begin twintigste eeuw uit Frankrijk naar het noorden vluchtten, toen de overheid daar een anti-clericale koers vaarde. Voor een historicus waren de oude manuscripten die daaruit soms tevoorschijn kwamen, een lust voor het oog.

Maar de online impressies van het klooster heb ik verder niet nodig. Alle gangen en zalen staan in mijn geheugen gegrift sinds ik er in de zomer van 1984 na een steeds intensievere kennismakingsperiode wegvluchtte. In één ademtocht door fietste ik terug naar Amsterdam waar ik mij met een mede-student op een terras aan het Rembrandtplein tot op de grens van een delirium bezatte aan het Belgische abdijbier om mijn rentrée in de gewone mensenwereld te vieren.

Het was een verwarrende tijd. Ik studeerde in Amsterdam, had een relatie met een vriendin, en bracht periodes door in Egmond en, op aanraden van de paters, in andere kloosters in Nederland, zoals de zusterabdij van de benedictijnen in het Brabantse Oosterhout. Om met Goethe’s Faust te spreken, er kunnen verschillende zielen huizen in een en dezelfde mensenborst.

Ontroering
“Monniken zijn mensen die de stille roep van de Heer hebben gehoord. Misschien wekt hij ook in jou het verlangen om het avontuur te wagen van een leven in gebed en broederlijke dienst om zo de melodie van je eigen leven tot klinken te brengen tot zegen en tot vreugde van de wereld,” lees ik op de website van de Sint-Adelbertabdij.

Een bijzondere ontroering maakt zich van mij meester. In mijn hart beluister ik de stem van een monnik die een stille roep heeft gehoord, niet van de God van Abraham, maar van de Boeddha. In andere delen van de wereld hebben zulke monniken van oudsher gehoor gegeven aan het verlangen om het avontuur te wagen van een leven in studie, meditatie en broederlijke dienst om zo de melodie van de Dharma in hun leven tot klinken te brengen, tot zegen en tot vreugde van de wereld.

Net zoals een bijziend boeddhisme zijn verwantschap met het hindoeïsme kan loochenen, zijn wij in staat om verbeten over het geloof van onze vaderen voorbij te gaan aan wat ons verbindt met het christendom. Ik weet het zeker, in de Sint-Adelbertabdij van toen en nu woont de Boeddha gebroederlijk samen met Jezus. Je kunt er op een willekeurige dag heen gaan om jezelf ervan te overtuigen.

Oorsprong van de sangha
Gautama Boeddha was de stichter van een in hoofdzaak monastieke beweging die later, onder historische omstandigheden, een kloosterorde werd. Het dichtstbijzijnde gelijksoortige model van leven vinden wij in rooms-katholieke kloosters, zoals de Sint-Adelbertabdij. Er zijn in Europa nog altijd meer katholieke kloosters dan boeddhistische.

Voor zover katholieke kloosters nog bewoond worden door broeders en zusters, zou het goed zijn voor boeddhisten hier de Boeddha eens te gaan opzoeken. Kijk heen door het doctrinaire (dus ogenschijnlijke) verschil dat God en gebed in ons opwekken. Zien wat de oorsprong was van de sangha, meemaken hoe het is om jezelf in een communiteit weg te cijferen tot zegen en tot vreugde van de wereld, het is voer voor bezinning op de wortels van het boeddhisme.

En ook als je wilt weten in welke grond boeddhanatuur goed gedijt, of je Dogen’s zijnservaring van de tijd (‘Uji‘) aan den lijve wilt ondervinden, ben je daar aan het juiste adres.

Ruimte voor leegte
Of ‘vindplaats van verdieping’ de beste beschrijving is van kloosters, ga ik bij nader inzien betwijfelen. Het zijn eerder plaatsen waar men ruimte schept voor leegte; of dat nu de leegte is van Deo Vacare of van wat een boeddhist hieronder verstaat, dat doet aan het beginsel geen afbreuk. In plaats van in elkaars armen te kruipen als boeddhisten, zouden we ook onze inspiratie kunnen vinden bij wat ons in het andere eigenlijk zo nabij zou horen zijn.

In het lekenhart van iemand die zich ten diepste verbonden heeft met de gewone mensenwereld, beluister ik tot op de dag van vandaag de echo van een stem die een stille roep heeft gehoord. Laten wij die stille roep koesteren, die oermenselijke intuïtie van de mogelijkheid van heling van een leven dat zich hoe dan ook afspeelt in een existentiële breuk.

In elkaar de gebrokenheid herkennen is de oorsprong van compassie met de ander. Het kan ook een bron van motivatie zijn om een spirituele kronkelweg tot het einde te willen gaan. Van welke soort traditie die weg is, doet er volgens mij minder toe dan wij denken of zouden willen geloven.