Zonde, geloof, doodsangst en genade

Is onze leercapaciteit van de dharma in onze cultuur zo toegenomen, dat de meute meent zich via zen een toegang tot bevrijding te kunnen forceren? Taigu wantrouwt het zelfbedrog dat met ons individualisme kan insluipen

Op zijn andere blog schrijft Taigu onder zijn alter ego Jules Prast over de jongste opvlamming van zijn immuunsysteemziekte. Een mede-boeddhist reageeert op Facebook en Taigu pent in één ademtocht iets terug over zonde, geloof, doodsangst en genade.

Dit schrijft Taigu:

Ik ben geen voorbeeldige zenboeddhist. Ik leef lang niet altijd in de ervaringsrealiteit van de dharmakaya. Precies hier en nu, als niets lukt, wat doe je dan? (Hisamatsu’s ‘fundamentele koan’) Toevertrouwen! Dat heb ik van Shinran. Compassie is vaak helemaal geen eigen prestatie, maar een geschenk via de weg van geloof en genade (Japans: ‘gyo-shin-sho’).

Ondertussen brengt de opvlamming van mijn ziekte nu me behoorlijk in het nauw. Oefenen op onttakeling is iets heel anders dan, ja, uiteindelijk, doodsangst.

Op reportage in het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam ben ik vorig jaar op voorstel van een arts rondgeleid over de opname-afdeling waar ook patienten met mijn ziekte wachten op een (onzekere) longtransplantatie. Het is dat óf stikken, letterlijk, hoewel je dan uiteindelijk langs de weg van de palliatieve sedatie een zachte dood tegemoet kunt gaan.

Wie heeft er na een operatie in het ziekenhuis wel eens een morfinepompje gehad tegen de pijn? Ik. Dan is de bevrijding ver weg en wil je ten koste van alles overleven en je partner en je kinderen terugzien. Is dat geen hechten? Of ben ik te streng voor mezelf, te zwaar op de hand?

Het ontsteekt en ontsteekt spontaan bij mij van binnen, maar per saldo heb nu nog een piepklein beetje conditie. De vorige keer echter zaten mijn longen vol met ontstekingshaarden. Problemen met je ademhaling wil je echt niet hebben, kan ik je uit ervaring verzekeren. Dat is letterlijk adembenemend benauwend. Dan moet je wel een bikkel zijn als boeddhist om nog te kunnen oefenen op je ademhaling. Zen is een weg voor mensen met een goed conditie.

Ik erken dat enkel de onrust over het mogelijke vooruitzicht op verdere longproblemen zich kwalificeert als lijden, maar soms bén ik een vat vol onrust en lijden, en duurt het lang voordat ik het toevertrouwen weer kan opbrengen. Dit is hard maar ook eerlijk. Ik mag het hier toch schrijven? Dit is het echte leven en niet een dode letter uit de canon.

Dat ‘gyo-shin-sho’ heb ik van de Japanse filosoof Tanabe Hajime (1885-1962), een van de grondleggers van de Kyoto-school. Deze heeft het weer van zijn landgenoot Shinran Shonin, de dertiende-eeuwse reine-landboeddhist. Denk niet dat boeddhisme geen zondebesef kent. Tanabe’s filosofie is erin gedrenkt en Shinrans religiositeit evenzo. Het is de erkenning dat gewone mensen (leken) toch vaak handelen uit zelfbehoud – het tegendeel van anatman. Hoe is dat te rijmen met boeddhanabijheid?

Via de ‘gyo-shin-sho’! Dit betekent zoiets als de weg van geloof en genade. Deze weg, voor zondige mensen die op eigen kracht geen bevrijding kunnen vinden, staat altijd ook nog open, en wel voor iedereen. Het is Dogen van de andere kant benaderd. Op de een of andere manier herken ik me hierin, als Hollandse crypto-calvinist (let wel, ik ben ‘van huis uit’ rooms-katholiek).

Ook al schrijf ik dapper over dharmakaya, ik wantrouw vaak mijn eigen waarneming voordat de inkt van mijn pen droog is. Zen is van oudsher een nauwe weg, voor de enkeling, de toegewijde monnik, en dan nog deden sommigen dertig jaar over hun Mu-koan. Is het te danken aan onze welvaart en vrije tijd dat meer leken de zenweg gaan of is onze leercapaciteit van de dharma op dit punt in de tijd in onze cultuur zo toegenomen, dat de meute zich via zen een toegang tot bevrijding weet te forceren? Taigu wantrouwt het zelfbedrog dat met ons individualisme kan insluipen.

Berouw en toevertrouwen brengen een ommekeer teweeg in boeddhistisch perspectief. Dit proces heet ‘metanoia’. Precies hierover schrijft Tanabe in zijn boek ‘Filosofie van de metanoia’ (alleen in het Engels beschikbaar). Taigu is vol zonde en berouw wanneer hij zegt: “Namu Amida Butsu” (ik vertrouw mij toe aan de boeddha van het eeuwige licht en het altijd durende leven). Laat ieder aan zijn of haar kant van het touwtje trekken; ik trek aan deze kant.

Dit is loepzuiver Japans Mahayana-boeddhisme dat dicht aanschuurt tegen bepaalde vormen van christendom. En dit geeft helemaal niets. David Brazier, een eigentijdse reine-landboeddhist, vertolkt een waarheid als een koe wanneer hij schrijft: “Boeddhisme is niet zo maar religie; boeddhisme is een verkenning van de grond van alle religie.” Dit citaat uit zijn boek ‘Buddhism is a Religion’ (boeddhisme is een religie) zou er ook een van Thich Nhat Hanh kunnen zijn.

Maar linksom of rechtsom, een beetje meer bescheidenheid over eigen weten en kunnen zou menig boeddhist goed passen, meent Taigu. Wie de schoen past trekke hem aan; Taigu is al bezig de veters voor zichzelf dicht te knopen.

Ik zal het schrijven tot ik erbij neerval. De kracht van herhaling is dat de boodschap kan indalen in ons opslagbewustzijn, druppel voor druppel, als regenwater dat de grond in sijpelt.

Namu Amida Butsu,

Taigu

2 thoughts on “Zonde, geloof, doodsangst en genade”

Reageren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s