Tussen mannenbroeders en kleine luyden

Meer dan dertig jaar geleden legde ik de eerste hand aan de scriptie waarop ik zou afstuderen.

Het onderwerp: voorgeschiedenis, oprichting en beginjaren van het antirevolutionaire dagblad De Standaard (1872-1887). De Standaard was de eerste partijkrant van Nederland, het staatkundig orgaan van dominee en duizendpoot Abraham Kuyper (1837-1920). In deze hoedanigheid was de krant instrumenteel in de omvorming van gereformeerd Nederland tot een van de maatschappelijke silo’s in de periode van de verzuiling. In de openingsjaren van de twintigste eeuw fungeerde Kuyper een kabinetsperiode lang als minister-president van Nederland.

Geschiedenis was ik gaan studeren omdat rechten en politicologie na de introductiedagen van de universiteit waren afgevallen. Het was een intuïtieve derde keuze. Ik had geen idee wat ik er eigenlijk mee wilde ‘worden’.

Dat gevoel was nog sterker na mijn kandidaats. Ik treuzelde met mijn doctoraalstudie en de keuze van een specialisatie. Omwille van de variatie haalde ik eerst maar eens mijn eerstegraads lesbevoegdheid. En toen deed zich bij toeval een buitenkansje voor: ik kon bij het Elsevier-concern in dienst treden als journalist-in-opleiding.

Twee jaar lang stond mijn studie op een laag pitje. Het had niet veel gescheeld of ik had mijn studie laten rusten en was vast journalist geworden. Toch heb ik de draad van mijn studie weer opgepakt; ik financierde mezelf met bijverdiensten als freelancer voor NRC, Trouw, Elsevier en andere publicaties.

Na twee jaar werken was ik enigszins uitgegroeid boven het student-zijn. Hoe moest ik in vredesnaam een eind breien aan mijn studie? Een bevriende hoogleraar fluisterde mij in: “verleg je koers naar de persgeschiedenis, dat sluit mooi aan bij je werkervaring.” Dit was een welkome suggestie in een tijd dat ik haast begon te krijgen, omdat het ministerie van defensie achter mij aanzat voor het vervullen van mijn militaire dienstplicht, die nog net bestond.

Tijdens een college over de dagbladpers in de negentiende eeuw was ik bij toeval gestuit op een berg archiefmateriaal over De Standaard, een monument in de verzuiling van Nederland, waarvan de geschiedenis vreemd genoeg nog niet was uitgeplozen. De Standaard was de voorloper van het dagblad Trouw. Ik besloot deze geschiedenis tot onderwerp te maken van mijn afstudeerscriptie en mij te concentreren op de eerste vijftien jaren van De Standaard (1872-1887).

Het onderzoek verliep met horten en stoten, omdat ik tegelijkertijd broodschrijver was. Twee jaar lang bewoog ik mij als outsider in de wereld van mannenbroeders en kleine luyden; de lokroep van boeddhisme was nog in geen velden of wegen te beluisteren. In 1988 lag er een boekwerk met 243 genummerde bladzijden in regelafstand één. ‘Durf Den Strijd’ gaf ik het als titel mee; dit was een tijdlang de slogan van de krant en de afkorting DDS stond ook voor Dagblad De Standaard.

Nu, ruim dertig jaar later, vraagt een wetenschappelijk onderzoeker om een exemplaar van de scriptie. Deze wordt genoemd in de wetenschappelijke literatuur over Kuyper en de persgeschiedenis, maar is uit de bibliotheekcollecties verdwenen. Het is om deze reden dat ik mijn scriptie heb gedigitaliseerd; via deze link kun je het document inzien of downloaden.

Reageren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s