Zen behoort allesbehalve eenvoudig te zijn

Volgens Hans van Dam is zen van de verlossingsleer van het oorspronkelijke boeddhisme afgedreven tot een eenvoudige realisatieleer. Dit vraagt om een korte, zakelijke reactie.

Beste weetnie,

Dit is een reactie op jouw artikel “Zen laat zich niet vangen” in het Boeddhistisch Dagblad van 22 oktober 2017. Helaas is er onder je stuk geen mogelijkheid te reageren.

Wie de kracht van de vereenvoudiging verantwoord weet te hanteren, beschikt niet zelden over een grote virtuositeit van pen. We moeten elkaar ruimte laten voor vereenvoudiging, omdat deze een zeggingskracht kan hebben die ons de ogen opent voor iets wat in de nuance verloren dreigt te gaan.

Jij beschrijft tendensen en valkuilen waaraan de zenbeoefening in haar geschiedenis heeft blootgestaan en blootstaat. Maar in de karakterisering van zen als “eenvoudige realisatieleer” blijft buiten beschouwing met hoeveel tekststudie en diepzinnigheid de beoefening gepaard gaat voordat de werkelijkheid zich in al haar gelaagdheid laat doorzien.

Van Tsungmi tot Hisamatsu, van Shengyen tot Thich Nhat Hanh, altijd weer kom je in de zentraditie voorbeelden tegen van een doorwrochte geleerdheid, die de beoefening verankert in de context van de lange schaduw van de boeddhistische leer.

Zen gaat de bietenbrug op als de beoefening aan de oppervlakte blijft en zeker wanneer het gaat lijken op advaita. Een zen dat eenvoudig is vraagt om een uitdaging van zijn legitimiteit door een zen dat de moeilijkheidsgraad opschroeft. In de geschiedenis van zen zie je altijd weer een meanderende beweging tussen deze twee polen. Ze kunnen ook gelijktijdig naast elkaar bestaan als verschillend georiënteerde scholen.

Overigens heb ik onder mijn artikel “Een woordeloze ervaring van levende boeddha” een deel van je tekst gebruikt als weerwoord aan een reageerder: https://boeddhistischdagblad.nl/hans-van-dam/99859-zen-laat-zich-niet-vangen/.

Gassho,

Taigu

18 thoughts on “Zen behoort allesbehalve eenvoudig te zijn”

  1. Hallo Jules,

    “Volgens Hans van Dam is zen van de verlossingsleer van het oorspronkelijke boeddhisme afgedreven tot een eenvoudige realisatieleer.”

    Dat is niet wat in het betreffende stuk van HvD staat. Er staat expliciet dat m.n. in soto het verlossing-aspect op de achtergrond is geraakt. Er staat ook dat de niet-weter tussen verlossingsleer en realisatieleer geen onderscheid weet te maken. En er staat eveneens expliciet dat realisatie het besef is dat geen enkel denkbeeld standhoudt, inclusief de karikatuur die de schrijver van zen maakt.

    Gautama Shakyamuni zweeg nadat hij zich onder de boom der kennis e.e.a. realiseerde. Hij is volgens de legende niet opgesprongen om ‘Eureka’ te roepen. In alle tempels en huisaltaartjes staat het beeld van een zwijgende Boeddha, geen pratende.

    Overigens zijn er, i.t.t. wat HvD stelt, denkbeelden die wel stand houden. Bijvoorbeeld de som ‘7 + 3 = 10’. Ander voorbeeld: ‘Geen enkel oog kan zichzelf zien kijken’ en dat denkbeeld houdt wel degelijk stand. Het is niet-weten in een notendop.

    1. Dank dat je me scherp houdt; dank ook voor je bijdragen aan de discussie over mijn artikel “Een woordeloze ervaring van levende boeddha” in het Boeddhistisch Dagblad.

      Misschien ga ik inderdaad te kort door de bocht wanneer ik Hans parafraseer, maar omgekeerd gun ik hem ook enige ruimte waar hij volgens mij te kort door de bocht gaat.

      De kanttekeningen die ik maak bij zijn artikel, namelijk dat zen in de juiste handen een diepe verankering kent in de boeddhistische leer, vind ik nog steeds toepasselijk. Wie de context van zen niet kent, zou anders mogelijk op het verkeerde been kunnen worden gezet bij lezing van Hans’ beschouwing.

  2. Graag gedaan.
    Overigens: het lijkt me geen goed idee om een schrijver, Hans van Dam in dit geval, verantwoordelijk te houden voor het eventuele verkeerde been van een lezer. Bovendien vermag ik niet te zien wat ‘verkeerd been’ in deze context zou kunnen betekenen. Is er dan zoiets als het ‘juiste’ been? Dacht het niet.
    Zen is geen exclusieve zaak van of voor boeddhistische traditie-gevoelige mensen. De Europese literatuur, bijvoorbeeld, staat er vol mee terwijl al die romanciers en dichters van boeddhisme geen weet hadden / hebben. En in Azië liggen de voorbeelden voor het oprapen van mensen die niets gelegen lag aan hun traditie en hun eigen gang gingen omdat ze niet anders konden / wilden.

    Ik heb ’t er wel eens eerder met je over gehad in BD. De vier Edele Waarheden zijn geen exclusief boeddhistisch ding. Het enige exclusieve van Shakyamuni destijds was de anatta-doctrine. En daar hebben we het boeddhisme niet per sé voor nodig. Met natuurkunde, biologie, informatie-theorie, netwerk-theorie etc. is dat leerstuk helemaal en bovendien gedetailleerder gedekt. Blijft over de persoonlijke beoefening, het realiseren wat anatta is. Hoe ik het ook keer of wend, niet-weten is daarvoor de onvermijdelijke en voldoende voorwaarde. En als ik het goed heb is dàt ook waar menige patriarch in China en Japan op wees, en net zo kort door de bocht als Hans van Dam.

  3. Het zal best dat niet-weten ergens goed voor is, bijvoorbeeld om af te rekenen met kennis die niet echt bevrijd, maar jullie (Taigu, Smeets) ontkennen toch niet dat via de Pali sutta’s duidelijk wordt overgeleverd dat het besef van bevrijding bij de Boeddha pas kwam na het ontstaan van ware kennis?

    Het kan toch niet bij een niet-weten blijven?
    groet,

    1. Antwoord: voor jou kennelijk niet. Voor mij wel. En nogmaals: projecteer je niet-kunnen niet op anderen.
      Overigens: ieder vind het zijne in de sutta’s. Literatair-historisch gezien zijn ze oncontroleerbaar legendarisch en vaak hagiografisch materiaal. Reeds in de eerste eeuwen na Gautama’s overlijden is er een hoeveelheid (sub- en sub-sub)commentaren en (her- en her-her)interpretaties geproduceerd door geleerde meditators waar de omvang van christelijke canon bij in het niet valt. Dat heeft geresulteerd in de Abhidhamma. En daarvan is de Visuddhi Magga, jou welbekend inmiddels, een van de interpretaties en invullingen. Lees je in, informeer je terdege (alle info is op www te vinden), dat praat wat gemakkelijker.

    2. Beste Siebe,

      Je stelt een belangrijke vraag die naar mijn mening een uitgebreid antwoord verdient.

      In de formulering van je vraag schrijf je over een besef van bevrijding dat komt na het ontstaan van ware kennis.

      Er zijn natuurlijk mensen bij wie ware kennis een besef van bevrijding inluidt zonder dat zij zich beroepen op het voorbeeld van de Boeddha.

      Wij, echter, doen dit wel. Nu zijn er verschillende mogelijkheden. Er zijn mensen die geloven dat de schriftuurlijke overlevering over de Boeddha handvatten biedt voor een weg naar bevrijding. En er zijn mensen die geloven dat de boeddhaweg een puzzel is die je, zelf of onder begeleiding, kunt en moet oplossen, zonder dat de schriftuurlijke overlevering over de Boeddha hier een overwegende rol in speelt.

      Ik schets twee uitersten. Er zijn evenwel veel mengvormen.

      Laten we niet vergeten dat de precieze herinnering aan de levende Boeddha in de loop der tijd is vervaagd en dat wat wij nu kennen als de Pali Canon, eeuwenlang verspreide teksten zijn geweest, die in de zich uitbreidende boeddhistische diaspora over het algemeen niet uit voorraad leverbaar waren, als mensen al konden lezen.

      De Boeddha werd een bron van inspiratie, maar de praktijk van zijn navolging werd verschillend geïnterpreteerd en gereconstrueerd.

      Ik behoor tot de tak van de familie die gelooft dat de boeddhaweg een puzzel is die je zelf, geholpen door geestverwanten, moet oplossen. Ik heb er echter twijfels over of de traditie die hiervoor in de loop van vele eeuwen binnen een gemeenschap van monniken is ontwikkeld, zich wel zo goed leent voor de grote massa van lekenvolgelingen.

      In de traditie waarbinnen ik mijn spirituele thuis vind, wordt voor bevrijding de betekenis van ervaring per saldo meestal hoger ingeschat dan die van kennis. Een manier om tot ware ervaring te komen is door het domein daarvan af te grenzen met behulp van niet-weten; als je alles uitsluit wat je niet weet en niet kunt benoemen, dan kan dit op termijn de contouren in beeld brengen van het ervaringsdomein, waarbinnen de bron van bevrijding ligt. Dit is ook een beschrijving van een mogelijke boeddhaweg.

      Helaas vergeten mensen die deze weg volgen, soms het midden in het vizier te blijven houden. Hoewel de bron van bevrijding zich in het domein van de ervaring bevindt, heb je wel degelijk grondige sutrastudie nodig om de context te doorzien waarbinnen je je beweegt; kennis is voorts onmisbaar om juist en onjuist inzicht van elkaar te onderscheiden en in de praktijk van het dagelijks handelen keuzes te maken die in overeenstemming zijn met boeddhistische ethiek.

      Daarnaast lijkt de nadruk op ervaring sommigen te leiden tot een vorm van meditatie die nagenoeg geheel steunt op intuïtie. Ik vind steun bij vertegenwoordigers van andere tradities binnen de boeddhistische familie om, waar verantwoord, in het proces van meditatie bewust gebruik te maken van vormen van cognitie.

      Goff Smeets geeft in zijn antwoord een karakterisering van factoren die de gebrekkige betrouwbaarheid van de Pali Canon accentureren. Daar sluit ik mij graag bij aan.

      Anderzijds kunnen canonieke teksten voor mij tegelijkertijd ook een bron van inspiratie vormen en van aanvullend inzicht. Het een sluit het ander niet uit. Eerlijk gezegd vind ik het mede een verantwoordelijkheid van onze tijd, die voor het eerst alle teksten beschikbaar heeft in de boekenkast, op de computer of in de cloud, om andermans bronnen meer te vergelijken met de eigen en ze te toetsen op hun waarde voor de boeddhaweg van onze voorkeur..

      Of “via de Pali sutta’s duidelijk wordt overgeleverd dat het besef van bevrijding bij de Boeddha pas kwam na het ontstaan van ware kennis” (zoals je schrijft), is voor mij een open vraag. Onder een aantal aannames is het mogelijk van wel. Daar kun je dan een boeddhaweg op baseren.

      Maar ook zonder de canon is er een boeddhaweg mogelijk. Ik zeg niet dat de ene weg beter is dan de andere. Afhankelijk van ieders behoefte en voorkeur zijn er gelukkig bijpassende leerwegen.

      Wat mij betreft zou de onderlinge dialoog van boeddhisten winnen aan kwaliteit naarmate we eerst de mogelijke complementariteit van onze wegen in ogenschouw nemen voordat we ingaan op eventuele (doctrinaire) verschillen. Goed luisteren naar elkaar is zó belangrijk; doctrines debiteren duidt vaak op een gebrek aan vertrouwdheid met de diepzinnige genuanceerdheid en de veelkleurige manifestatie van boeddhisme, waarvan onder de oppervlakte de wortels in meerdere of mindere mate met elkaar verstrengeld zijn.

      Westers boeddhisme is nog relatief jong; we hebben nog een weg te gaan om al ons vermogen onder de oppervlakte te verkennen (en om, voor zover gepast, het eigene van onze cultuur daarin te integreren).

      Ik hoop dat ik hiermee je vraag afdoende heb beantwoord en dat de uitgebreidheid haar doel niet voorbijschiet.

      Met vriendelijke groeten,

      Jules

  4. Bedankt voor je uitgebreide reactie Jules.

    Ik snap wel dat mensen die bevrijding realiseren allemaal ook hun eigen bevrijdingsleer ontwikkelen. En extreem zijn de verschillen soms. Zo was Krishnamurti een leraar die duidelijk vond dat hij bevrijd was en de mensheid echt verder kon helpen maar hij moest werkelijk niets hebben van methode. Terwijl theravada en bijvoorbeeld ook Gampopa juist deze afwijzing van methode, het bewust beoefenen van geduld, vriendelijkheid, vrijgevigheid, concentratie, etc. zien als een groot kwaad. Niet-methode, waarin de nadruk alleen ligt op wijsheid wordt sterk veroordeeld door sommige boeddhistische meesters en wordt gezien als een groot kwaad.

    Ja, wat is wijsheid? Ik kan ergens wel aanvoelen wat Krishnamurti zegt maar ook kan ik aanvoelen dat niet-methode door meesters wordt bestempeld als de weg van Mara die geest zal binden aan Nibbana.

    Je moet ergens op vertrouwen. Ik weet het niet.

    Ik heb zelf niet het idee dat er niet een aanpak is die er echt uitspringt. Die je nou echt succesvol, effectief kan noemen. Of het nu mahamudra leerlingen zijn, theravada leerlingen, zen, dzogchen, rein land leerlingen, het lijkt er toch op dat mensen maar moeizaam vorderen en niet voorbij angst, twijfels, hebzucht, agressie, opgeblazen trots, etc komen.

    Ik heb het idee dat, omdat dit zo is, mensen daarom maar de lat verlagen. Ze gaan visies omarmen alsof zou bevrijding ook niet betekenen dat je bijvoorbeeld vrij bent van angst, twijfels over de drie Juwelen, trots, vijandigheid, etc. Of ze gaan de Boeddha ook zien als iemand met smetten.

    groet,

    1. “Ik heb het idee dat […] mensen de lat verlagen.”
      Niet projecteren, buurman.

      En niemand ziet Boeddha als iemand met smetten. Om de simpele reden dat Boeddha niet ‘iemand’ is maar een mythologische figuur, het pure zuivere wit dat enkel bestaat in jouw en in mijn fantasie.

      Dus terug naar het blogstuk van Jules dat over niet-weten gaat zoals Hans van Dam dat heeft uitgelegd in een BD stuk. Effe bij de les blijven en niet afdwalen: ik heb in dit draadje hierboven Jules van commentaar voorzien, hij heeft daarop gereageerd en op die reactie heb ik hem herinnerd aan een eerdere gedachtewisseling die ik met hem had. Vervolgens breek jij in (zonder je specifiek tot hem of mij te richten) met de platitude “Het zal best dat niet-weten ergens goed voor is…” om meteen daarna je stokpaardje op je renbaan te zetten: de sutta’s. Over de sutta’s heb ik je literair-historische info gegeven. En wat? Je negeert het. Onduidelijk is of dat negeren trots is of onbekendheid met literatuur analyse.

      Jij weigert m.i. onder ogen te zien dat de sutta’s een hoofdstuk – niet meer en niks minder – zijn in de wereldliteratuur en dat Boeddha een mythologische figuur ter inspiratie is. Jij maakt van die figuur een lat waar overheen gesprongen moet worden. Van mij mag je. Wat niet mag is anderen denigreren met opmerkingen zoals dat ze de lat – jouw lat wel te verstaan – laag leggen. Dat is moralistische (in het bijzonder: paternalistische) prietpraat en bovendien tegen je eigen boeddhistische leefregel ‘Juist Spreken.’

      Dus, beste Siebe, ik verwacht een reactie op de informatie die ik je gaf over de literair-historische status van de sutta’s. Vervolgens kunnen we het hebben over wat Jules in dit blogstuk interesseert: het verschil tussen verlossingsleer en realisatieleer.

      1. De lat verlagen is geen projectie, maar een verwijt dat ook zen in zijn geschiedenis is aangewreven.

        De lat verlagen is voorts een centraal idee van mijn vriend Shinran voor mensen die eerder bombu dan bodhisattva zijn. Shinjin vind ik een acceptabel alternatief voor mushin.

      2. Je moet zelf maar weten hoe je de Boeddha ziet. Jij kunt mij (of anderen) niet voorschrijven wie of wat de Boeddha was. En het boeit mij ook totaal niet of jij mij een dromer vindt, een fanaat, een idioot, een aanhanger van een mythologie.

        Voor mij is de Boeddha in essentie wat de Pali sutta’s hierover wordt aangeven, namelijk, de Tathagata verwijlt met een grenzeloze geest vrij van lichaam, gevoel, waarnemingen, mentale formaties en bewustzijn. Vrij van geboorte, verouderen, dood, bezoedelingen en lijden.
        https://suttacentral.net/en/an10.81

        Is dit mythisch? Het is je goed recht zo te denken. Ik heb er vertrouwen in.

  5. Dag Jules,

    ik heb je ter memorie erop gewezen dat niet-weten de onvermijdelijke en voldoende voorwaarde is voor persoonlijke beoefening, het realiseren wat anatta is. Zie 24 OKTOBER 2017 OM 10:40
    Daar heb ik ook gesteld dat de Chinese en Japanse patriarchen hetzelfde zeggen. Mee eens?

  6. Enkele fragmenten ter overweging [ik heb dit zelf vertaald uit de Nikaya vertalingen van bhikkhu Bodhi]

    -“Ware kennis is de tegenhanger van onwetendheid”. (MN44§29)

    -“Bhikkhu’s ware kennis- vergezeld door een besef van morele schaamte en morele vrees- gaat voorop bij het binnengaan van heilzame kwaliteiten. Bij een wijs persoon die aangekomen is bij ware kennis, ontstaat juiste visie. Bij iemand met juiste visie, ontstaat juiste intentie. Bij iemand met juiste intentie ontstaat juiste spraak. Bij iemand met juiste spraak ontstaat juist handelen. Bij iemand met juist handelen ontstaat juist levensonderhoud. Bij iemand met juist levensonderhoud ontstaat juiste inspanning. Bij iemand met juiste inspanning ontstaat juiste mindfulness. Bij iemand met juiste mindfulness ontstaat juiste concentratie. Bij iemand met juiste concentratie ontstaat juiste kennis. Bij iemand met juiste kennis ontstaat juiste bevrijding”. (AN10.105, SN45.1)

    -“…onwetendheid werd verdreven en ware kennis ontstond, duisternis werd verdreven en licht kwam op, zoals gebeurt in iemand die ijverig,
    bevlogen en vastberaden verwijlt”. (b.v. MN4§28).

    Wat ware kennis is, wordt ook uitvoerig besproken in de sutta’s. Ik heb het hier samengevat wat daarmee wordt bedoeld:
    http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2566.msg19285.html#msg19285

    Overigens, ik sta best open voor andere zienswijzen. Ik wil er vooral ook mee aangeven dat ik heus niet bezig ben alles zelf maar bij elkaar te verzinnen.
    groet,

    1. Over de lat lager leggen

      Allerlei mensen lopen rond met visies zoals: “ik ben mezelf niet meer als ik niet meer geraakt wordt, passievol ben, jaloers kan worden, verliefd, boos, ongeduldig”…”ik wil een gewoon mens blijven”, of “ik wil een echt mens zijn”. Mijn indruk is dat dit veel meer speelt in zen dan in welke andere boeddhistische traditie dan ook.

      De Boeddha was niet hiermee bezig. Als hij merkte dat jaloezie, haat, hebzucht of boosheid, diens geest verstoord, verkrampte, wijsheid verzwakte, dan dankte hij dat meteen af. Hij beschermde niet menselijkheid. Hij was geen idealist, geen dromer. Hij was niet bezig de mythe van mens-zijn overeind te houden. Hierdoor was hij in staat het individueel mens-zijn te overstijgen. Boeddhisme vraagt van de beoefenaars dat ze zichzelf niet meer zien als een mens.

      groet.

Reacties zijn gesloten.